Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2012
Alinea 125 Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV0890.
3.9.12 Anders dan de rechtbank kennelijk van oordeel is meen ik dat het deel van de erfenis dat het vermogen van de moeder betreft in het onderhavige geval niet kwalificeert als een nagekomen bate in de zin van art. 194 lid 4 Fw dat in art. 356 Fw op de schuldsanering van toepassing is verklaard. Het gaat hier niet om een later bekend geworden bate die is vrijgevallen voor het einde van de schuldsaneringstermijn. Er is dan ook geen bate van de boedel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c15bb76528484cdfa121783f6c1938a3982b66b5da5e5f79d298241f5081431c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c15bb76528484cdfa121783f6c1938a3982b66b5da5e5f79d298241f5081431c, en de alinea staat in dat document op bytes 73326 tot 73795.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c15bb76528484cdfa121783f6c1938a3982b66b5da5e5f79d298241f5081431c | shasum -a 256