Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV1029.

3.6 Ook overigens - afgezien van het beroep op berusting - dient het middel te falen. Weliswaar wordt met juistheid betoogd dat het ingestelde hoger beroep naar het oordeel van het hof geen betrekking had op de echtscheidingsbeslissing, maar doorgaans zal dat oordeel niet kunnen worden afgewacht en zal een partij die meent dat de echtscheidingsbeslissing in kracht van gewijsde is gegaan tot inschrijving van die beslissing moeten overgaan en daartoe een verklaring van non-appel moeten vragen. Deze verklaring zal, zoals ik hiervoor in 2.3 uiteenzette, ingevolge art. 2.6.3 van het Procesreglement voor verzoekschriftprocedures in familiezaken van de hoven(22) alleen worden afgegeven indien uit het petitum van het appelschrift volgt dat tegen de echtscheidingsbeslissing géén appel is ingesteld; bij die beoordeling is derhalve niet bepalend hoe de grieven luiden. In het onderhavige geval heeft de griffier van het hof kennelijk(23) en niet onbegrijpelijk(24) geoordeeld dat volgens het petitum hoger beroep van de gehele beschikking was ingesteld en heeft hij dientengevolge geen verklaring van non-appel afgegeven. Het zou m.i. onder deze omstandigheden(25) niet verdedigbaar zijn wanneer, indien naar het latere, andersluidende oordeel van het hof blijkt dat het appel toch geacht moet worden te zijn gericht tegen uitsluitend de nevenvoorziening(en), (alsnog) moet worden aangenomen dat de beschikking wat betreft de echtscheidingsbeslissing bij het verstrijken van de appeltermijn in kracht van gewijsde is gegaan, als gevolg waarvan de termijn van art. 1:163 lid 3 BW op dat moment een aanvang heeft genomen en mogelijk ten tijde van de uitspraak van het hof reeds is voltooid. Ik meen dan ook op gelijke gronden als gegeven in de beschikking van Uw Raad van 22 oktober 2010(26), dat de termijn van voornoemde bepaling pas begint te lopen op het moment dat de appelbeschikking in kracht van gewijsde is gegaan.(27) Deze zienswijze brengt voor het onderhavige geval mee dat de echtscheidingsbeschikking op het moment dat het hof zijn appelbeschikking gaf haar kracht niet had verloren en dat derhalve geen plaats was voor niet-ontvankelijkverklaring.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b19d85ce92bb8e45dcf9ed61d56bee31d939ecfcfedb251cb821da1199193ea2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b19d85ce92bb8e45dcf9ed61d56bee31d939ecfcfedb251cb821da1199193ea2, en de alinea staat in dat document op bytes 15150 tot 17326.