Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012
Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV1029.
3.9 Onderdeel 10.2 klaagt dat het hof heeft miskend dat de door het hof aan zijn beslissing ten grondslag gelegde "omstandigheid dat de minderjarige nu al 1,5 jaar bij de vader woont" (rov. 9, eerste volzin) is kunnen ontstaan doordat de vader eenzijdig het hoofdverblijf van de minderjarige heeft gewijzigd door (in weerwil van de vaststellingsovereenkomst en in strijd met de gemaakte afspraken) de minderjarige na afloop van een verblijf in Nederland niet terug te brengen naar zijn moeder in Noorwegen. De enkele omstandigheid dat de moeder nadien haar melding bij de Centrale Autoriteit heeft ingetrokken, maakt niet dat die vaststellingsovereenkomst is vervallen, aldus het onderdeel. Onderdeel 10.3 klaagt dat het hof ten onrechte heeft overwogen en geoordeeld dat "onvoldoende is gebleken dat de moeder haar leven inmiddels wel op orde heeft" en dat "de moeder onvoldoende inzage heeft gegeven in de bestendigheid van haar bestaan in Nederland." (rov. 9, eerste alinea, twee laatste volzinnen). Volgens het onderdeel zijn deze aspecten niet van belang, gelet op de vaststellingsovereenkomst die zag op een wonen van de moeder met het kind in Noorwegen en de schriftelijke instemming van de vader daarmee op voorhand. Onderdeel 10.4 klaagt dat het hof in rov. 8, gelet op de vaststellingsovereenkomst en de [daaruit blijkende] instemming van de vader [met de bepaling dat de minderjarige zijn hoofdverblijfplaats heeft bij de moeder], ten onrechte niet de belangen van de moeder in zijn overwegingen en oordeel heeft betrokken. Die hoofdverblijfplaats was immers reeds in Noorwegen gelegen toen de vader eigenmachtig besloot de minderjarige niet terug te brengen. Onbetwist is dat de minderjarige in Noorwegen beschikte over een adequate woon-, leef-, en schoolvoorziening, welke regelmaat wordt doorkruist indien zou worden toegelaten dat eigenmachtig handelen van de vader loont, aldus het onderdeel. Onderdeel 10.5 trekt de conclusie dat het hof blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting althans -toepassing met betrekking tot de door hem aanwezig geachte wijziging van omstandigheden en dat zijn overwegingen en oordelen niet-concludent zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b19d85ce92bb8e45dcf9ed61d56bee31d939ecfcfedb251cb821da1199193ea2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b19d85ce92bb8e45dcf9ed61d56bee31d939ecfcfedb251cb821da1199193ea2, en de alinea staat in dat document op bytes 19451 tot 21620.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b19d85ce92bb8e45dcf9ed61d56bee31d939ecfcfedb251cb821da1199193ea2 | shasum -a 256