Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV1029.

3.14 Het middel noemt geen vindplaatsen van de betreffende stellingen in de gedingstukken en voldoet in zoverre niet aan de ingevolge art. 426a lid 2 Rv te stellen eisen. Stellingen van bedoelde strekking worden echter wel aangetroffen waar de vrouw stelt dat de omstandigheid dat de minderjarige, zoals de rechtbank overwoog, reeds zes maanden bij de man in de voor hem vertrouwde omgeving verbleef, te maken heeft met het feit dat de man het kind zonder toestemming van de vrouw heeft ontvoerd, om welke reden die omstandigheid, anders dan de rechtbank heeft gedaan, niet tegen haar kan worden gebruikt.(39) Voorts heeft de vrouw gesteld dat het ontvoeren en op een onrechtmatige wijze 'onteigenen' van het kind de vader niet mag baten, in welk verband zij heeft verwezen naar het verzoekschrift van de Centrale Autoriteit.(40) Het hof heeft in zijn beschikking geen blijk ervan gegeven deze (door de man betwiste(41)) stellingen in zijn overwegingen te hebben betrokken. De stellingen worden niet genoemd bij de weergave van de stellingen van de vrouw in hoger beroep (rov. 4 van de beschikking van het hof), noch wordt bedoelde omstandigheid beproken bij de beoordeling door het hof van de wel vermelde stellingen van de vrouw (rov. 6-9). Gelet op rov. 4 is niet aannemelijk dat de verwijzing in rov. 9 naar 'hetgeen de moeder heeft aangevoerd' mede op bedoelde omstandigheid ziet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b19d85ce92bb8e45dcf9ed61d56bee31d939ecfcfedb251cb821da1199193ea2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b19d85ce92bb8e45dcf9ed61d56bee31d939ecfcfedb251cb821da1199193ea2, en de alinea staat in dat document op bytes 25892 tot 27291.