Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 mei 2012
Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 11 mei 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 mei 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV1031.
2.9. In HR 14 juni 2011 (LJN: BP2087), NJ 2011/504 m.nt. E.J. Dommering, overwoog de Hoge Raad dat niet in zijn algemeenheid kan worden gezegd dat in geval van verwerping van een beroep op art. 10 EVRM aan het beroep van de verdachte op het derde lid van art. 261 Sr geen zelfstandige betekenis meer kan toekomen (rov. 7.3). In zijn conclusie voorafgaand aan dit arrest wees mijn ambtgenoot Silvis onder meer op het onderscheid dat in de rechtspraak van het EHRM wordt gemaakt tussen beweringen over feiten en waardeoordelen: "The existence of facts can be demonstrated, whereas the truth of value judgements is not susceptible of proof"(9). Het EHRM heeft hiermee geen vrijbrief gegeven voor het doen van uitlatingen die als waardeoordeel zijn verpakt: "However, even where a statement amounts to a value statement, the proportionality of an interference may depend on whether there exists a sufficient factual basis for the impugned statement, since even a value judgement without any factual basis to support it may be excessive"(10).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d36f8eb515cfbee06db683f41301174cbf9517c6e885fda8c7df95251b0a4167. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d36f8eb515cfbee06db683f41301174cbf9517c6e885fda8c7df95251b0a4167, en de alinea staat in dat document op bytes 19902 tot 20952.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d36f8eb515cfbee06db683f41301174cbf9517c6e885fda8c7df95251b0a4167 | shasum -a 256