Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 mei 2012
Alinea 80 Parket bij de Hoge Raad 11 mei 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 mei 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV1031.
2.39. Deze klacht deelt in het lot van de voorgaande middelen, waarmee zij samenhangt. [Eiser] heeft in zijn memorie van antwoord (onder 81) bewijs aangeboden van zijn stellingen door het doen horen van getuigen. Hij heeft namen genoemd van getuigen die gehoord zouden kunnen worden, maar niet gepreciseerd van welke stellingen hij bewijs aanbiedt. In hoger beroep zal van een partij die bewijs door getuigen aanbiedt, in beginsel mogen worden verwacht dat zij voldoende concreet aangeeft op welke van haar stellingen dit bewijsaanbod betrekking heeft en, voor zover mogelijk, wie daarover een verklaring zouden kunnen afleggen, doch zal in het algemeen niet mogen worden verlangd dat daarbij ook wordt aangegeven wat daarover door getuigen zal kunnen worden verklaard(13). Ook tegen de achtergrond van deze rechtsregel is het oordeel in rov. 24 dat het bewijsaanbod niet ter zake dienend is, niet onbegrijpelijk. Middel VII faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d36f8eb515cfbee06db683f41301174cbf9517c6e885fda8c7df95251b0a4167. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d36f8eb515cfbee06db683f41301174cbf9517c6e885fda8c7df95251b0a4167, en de alinea staat in dat document op bytes 42963 tot 43907.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d36f8eb515cfbee06db683f41301174cbf9517c6e885fda8c7df95251b0a4167 | shasum -a 256