Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 juni 2012

Alinea 152 Parket bij de Hoge Raad 1 juni 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV1748.

Ook in de rechtspraak blijkt van dit verschil in opvatting. Ik wijs bij wege van voorbeeld op Rb. Breda 21 juli 1998, LJN BL2047, Gst. 1998, 8503 (m.nt. H.Ph.J.A.M. Hennekens) en Rb. Utrecht 19 december 2001, LJN ZL1232, NJ kort 2002/10, waarin een opschortende voorwaarde van instemming door het bevoegde orgaan van de gemeente werd beschouwd als een potestatieve voorwaarde die geen rechtens relevante verbintenis tot stand brengt. Rb. Alkmaar 6 april 2005, LJN AU1502, NJF 2006/383, kwalificeerde een voorbehoud van goedkeuring als een opschortende voorwaarde en overwoog voorts dat artikel 160 lid 1 onder e Gemeentewet daaraan niet in de weg staat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f7d763477609e660e1cea555e6d784280f836660d3f779cebff98c20a4c95aa2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f7d763477609e660e1cea555e6d784280f836660d3f779cebff98c20a4c95aa2, en de alinea staat in dat document op bytes 49483 tot 50149.