Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012

Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV1749.

1.3 De vrouw heeft het verzoek van de man bestreden. Dat is gebeurd op de op 6 juli 2009 gehouden terechtzitting van de rechtbank, bij welke gelegenheid van de zijde van de vrouw pleitaantekeningen zijn overgelegd((1)). De vrouw heeft blijkens het proces-verbaal van de zitting((2))aangevoerd dat de schulden haar tot het indienen door de man van zijn verweerschrift volkomen onbekend waren. Dit is door de man bestreden. Van zijn zijde is opgemerkt dat de kredietfaciliteit van de ABN AMRO in 2006 is verkregen en die van ING al in april 2003 maar dat deze in 2006 is overgesloten. Een en ander wordt door de raadsvrouw van de vrouw voor mogelijk gehouden. Volgens de man zijn de opgenomen gelden aangewend voor gemeenschappelijke uitgaven, waaronder de bruiloft.((3)) De vrouw ontkent dat; volgens haar zijn de kosten van het huwelijk uit de bruidsschat betaald. In de pleitaantekeningen wordt betoogd dat de verzwegen schulden aan de man verknocht zijn, nu zij lange tijd geleden zijn aangegaan en de opgenomen gelden door de man voor zijn eigen behoeften zijn aangewend. Bovendien is er in feite geen gemeenschappelijke huishouding gevoerd. Indien de rechtbank van oordeel is dat er geen sprake is van aan de man verknochte schulden, dan brengen de redelijkheid en billijkheid mee dat de schulden in verband met genoemde omstandigheden aan de man dienen te worden toebedeeld, zonder verdere verrekening met haar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bb41fe6454c3f06e031800eb235fa6481f360109ce6107b3fff6e196d4df6f8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bb41fe6454c3f06e031800eb235fa6481f360109ce6107b3fff6e196d4df6f8, en de alinea staat in dat document op bytes 6437 tot 7867.