Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV1749.

1.8 De vrouw komt van de tussen- en eindbeschikking van de rechtbank bij het hof te 's- Gravenhage in hoger beroep. In het beroepschrift worden vijf grieven aangevoerd. In het kader van de grieven I, II en IV worden de verweren herhaald die met betrekking tot de schulden bij de rechtbank zijn gevoerd. In grief IV worden weer de vragen aan de orde gesteld wanneer precies de schulden zijn aangegaan en wat met de opgenomen bedragen is gedaan. Ook wordt de mogelijkheid geopperd dat een schuld eigenlijk een schuld van een familielid is of eigenlijk door een familielid wordt afgelost. De man is in appel niet verschenen. Op 25 februari 2011 heeft bij het hof de mondelinge behandeling plaatsgevonden, die door de vrouw en haar raadsvrouw is bijgewoond. Bij die gelegenheid heeft de raadsvrouw van de vrouw in verband met het feit dat zij van de man geen informatie hebben gekregen over de leningen en het verloop van de schulden wederom opgemerkt dat de man van dat geld bijvoorbeeld auto's kan hebben gekocht die in de verdeling moeten worden betrokken en dat het ook niet ongebruikelijk is in een Marokkaans huwelijk dat er een woning in Marokko is gekocht; er staan eventuele baten tegenover de schulden.((4))

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bb41fe6454c3f06e031800eb235fa6481f360109ce6107b3fff6e196d4df6f8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bb41fe6454c3f06e031800eb235fa6481f360109ce6107b3fff6e196d4df6f8, en de alinea staat in dat document op bytes 10777 tot 12003.