Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012

Alinea 72 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV1758.

3.1 In het voorliggende cassatieberoep staat de vraag centraal wie als belanghebbenden in de zin van art. 2:86d lid 4 BW kunnen worden aangemerkt. Art. 2:86d BW geeft aandeelhouders de mogelijkheid om duplicaten te verkrijgen voor verloren gegane bewijzen van aandelen aan toonder. Het belang van deze bepaling lijkt niet groot. De bepaling in kwestie bereikt in de onderhavige procedure voor het eerst in haar bestaansgeschiedenis, alsook in die van haar voorgangster (in de Effectenvernieuwingswet, waarover dadelijk meer) ons hoogste rechtscollege. Uit de parlementaire discussie voorafgaand aan de invoering van art. 2:86d BW leid ik af dat we hier te maken hebben met een unicum: sinds de inwerkingtreding van de Effectenvernieuwingswet in 1967 was tot dan toe überhaupt nog nooit een verzetprocedure geëntameerd.(4) Voor zover mij bekend is sinds de inwerkingtreding van de nieuwe bepaling buiten de onderhavige geen andere kwestie aan de rechter voorgelegd.(5) Gelet hierop verbaast het niet dat art. 2:86d BW weinig pennen in beweging heeft gebracht. In de literatuur kan, de artikelgewijze commentaren en een enkel handboek daargelaten, vergeefs worden gezocht naar toelichtingen op deze bepaling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2fbac46fce7840a43cfcb26fb37ff6f9306ac5257523e4a8ca09153e711bb77e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2fbac46fce7840a43cfcb26fb37ff6f9306ac5257523e4a8ca09153e711bb77e, en de alinea staat in dat document op bytes 26936 tot 28158.