Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012
Alinea 86 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV1758.
3.9 In verband met het voorliggende cassatieberoep is met name art. 15 van de Effectenvernieuwingswet relevant, dat voor "ieder, die meent enig recht te hebben op het in die aankondigingen vermelde effect" de mogelijkheid van verzet tegen de aanvraag opende binnen twee maanden na de laatste van de in art. 14 bedoelde aankondigingen (lid 1). Door het verzet werd de verdere behandeling van de aanvraag opgeschort. Het bureau was wel bevoegd met de in art. 14 voorgeschreven aankondigingen voort te gaan (lid 2). Lid 3 bepaalde dat de aanvrager de opposant binnen drie maanden na het verzet diende te dagvaarden om de opheffing van het verzet te horen uitspreken. Afschrift van de dagvaarding diende aan het bureau te worden betekend. Ingevolge lid 4 werd de aanvraag als vervallen beschouwd, indien hetzij de aanvrager niet tijdig aan lid 3 had voldaan, hetzij de eis tot opheffing van het verzet was afgewezen bij een vonnis dat kracht van gewijsde had verkregen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2fbac46fce7840a43cfcb26fb37ff6f9306ac5257523e4a8ca09153e711bb77e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2fbac46fce7840a43cfcb26fb37ff6f9306ac5257523e4a8ca09153e711bb77e, en de alinea staat in dat document op bytes 34641 tot 35619.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2fbac46fce7840a43cfcb26fb37ff6f9306ac5257523e4a8ca09153e711bb77e | shasum -a 256