Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2012

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV1771.

Dat de wil van [eiseres] wél gericht was op overdracht van het appartementsrecht, inclusief de ruimte waarin zich de trap en vide bevinden, kan aan het voorgaande niet afdoen. Het hof overweegt hierbij dat door [betrokkene 1] zelf is verklaard dat hij geen vragen over de inbouwsels heeft gesteld ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst, en dat ook in het gesprek met [getuige] de kwestie van de entreeruimte niet specifiek aan de orde is gekomen. Al met al komt uit de verklaringen van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] vooral naar voren dat zij zélf meenden het appartmentsrecht inclusief de ruimte waarin zich de trap en de vide bevonden, te kopen, maar niet dat zij zulks ook kenbaar hebben gemaakt aan Hograsil, en/of dat ook de wil van Hograsil daarop was gericht, en/of dat sprake was van andere feiten of omstandigheden op grond waarvan zij er gerechtvaardigd op mochten vertrouwen dat ook bij Hograsil de bedoelde wil aanwezig was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/044ceffc712ec845454c3e469cf7867e4215c156377a023b9c04d5edbb199554. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 044ceffc712ec845454c3e469cf7867e4215c156377a023b9c04d5edbb199554, en de alinea staat in dat document op bytes 20458 tot 21422.