Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2012
Alinea 72 Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV1771.
3.11 Onderdeel 7 klaagt, zo begrijp ik, over onbegrijpelijkheid van 's hofs vaststelling dat [betrokkene 1] en [betrokkene 2] hun op koop van, kort gezegd, het gehele appartementsrecht gerichte wil niet aan Hograsil hebben kenbaar gemaakt (rov. 4.8). Betoogd wordt dat vast staat dat [eiseres] tegenover Hograsil haar standpunt over de omvang van het gekochte expliciet heeft kenbaar gemaakt, waartoe wordt gewezen op passages uit de getuigenverklaring van [getuige] (vertegenwoordigster van Hograsil) betreffende een gesprek op 6 december 2002 en een aan de koop voorafgaande bezichtiging (verwezen wordt naar het proces-verbaal van contra-enquête van 18 september 2007, p. 6 resp. 7) en op de in de leveringsakte tot uitdrukking gebrachte partijbedoeling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/044ceffc712ec845454c3e469cf7867e4215c156377a023b9c04d5edbb199554. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 044ceffc712ec845454c3e469cf7867e4215c156377a023b9c04d5edbb199554, en de alinea staat in dat document op bytes 34731 tot 35503.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/044ceffc712ec845454c3e469cf7867e4215c156377a023b9c04d5edbb199554 | shasum -a 256