Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2012
Alinea 75 Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV1771.
3.14 De klacht mist feitelijke grondslag voor zover zij tot uitgangspunt neemt dat het hof zijn oordeel alleen heeft gebaseerd op de aangehaalde verklaring van getuige [getuige]. Zoals het hof in rov. 4.8 uitdrukkelijk heeft overwogen, berust bedoeld oordeel op door de verschillende getuigen afgelegde verklaringen en dan met name die van [getuige]. Voorts is het bestreden oordeel niet onbegrijpelijk. Dat de wil van Hograsil uiteindelijk rechtens mogelijk niet tot het door haar beoogde resultaat zou kunnen leiden staat aan vaststelling van die wil niet in de weg. Ten slotte zou het, mede in het licht van de gedingstukken, niet onbegrijpelijk zijn indien het hof zou hebben aangenomen dat de tussenvloer en de trap zich als solide bouwkundige voorzieningen van de provisorische inbouwsels laten onderscheiden.(24)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/044ceffc712ec845454c3e469cf7867e4215c156377a023b9c04d5edbb199554. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 044ceffc712ec845454c3e469cf7867e4215c156377a023b9c04d5edbb199554, en de alinea staat in dat document op bytes 37416 tot 38249.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/044ceffc712ec845454c3e469cf7867e4215c156377a023b9c04d5edbb199554 | shasum -a 256