Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012

Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV2839.

3.13 Volgens de hoogste Belgische rechter moet een schriftelijke vordering een aansprakelijkstelling van de vervoerder bevatten. Een becijfering van het bedrag van de schade is niet nodig, mits de vervoerder aan de hand van de in zijn bezit zijnde documenten de aard en de omvang c.q. de hoogte van de schade kan achterhalen zodat hij gepast op de vordering kan reageren.(26) De Belgische lagere rechters sluiten zich hierbij aan.(27) Door rechters wordt verschillend geoordeeld over de mate waarin de omvang van de schade becijferd dient te worden.(28) In de Belgische literatuur lopen de meningen over dit laatste punt uiteen. Zo stelt Melis, met een beroep op art. 27 CMR, als additioneel vereiste een nauwkeurige omschrijving en becijfering van de schade en bijvoeging van de nodige stukken.(29) Putzeys vereist ook enige becijfering van de schade, maar stelt dat het van de omstandigheden van het geval afhangt of stukken dienen te worden bijgevoegd.(30) Stevens meent dat het CMR geen basis biedt voor becijfering van schade en bijvoeging van stukken: voldoende is dat van de vervoerder ondubbelzinnig vergoeding van de geleden schade wordt gevorderd, ook al kan de exacte omvang daarvan slechts later worden bepaald of meegedeeld.(31) Ook De Wit meent dat het CMR niet verplicht tot toezending van stukken.(32)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3920bf4c1d8762ea32b401448d8161f88b08d32a70d84638fdc8708f2244b69f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3920bf4c1d8762ea32b401448d8161f88b08d32a70d84638fdc8708f2244b69f, en de alinea staat in dat document op bytes 27160 tot 28490.