Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 april 2012
Alinea 101 Parket bij de Hoge Raad 27 april 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV3426.
2.12 In zijn arrest van 22 december 1989(36) heeft de Hoge Raad geoordeeld dat om te kunnen aannemen dat in een wetsbepaling een verschoningsrecht besloten ligt ten minste is vereist dat die bepaling op betrokkenen een geheimhoudingsplicht legt. Zonder geheimhoudingsplicht dus geen verschoningsrecht, maar niet iedereen met een geheimhoudingsplicht kan aanspraak maken op een verschoningsrecht(37). Ook volgens Doorenbos is de reikwijdte van het verschoningsrecht veel beperkter dan de reikwijdte van de geheimhoudingsplicht. Enerzijds vooronderstelt een verschoningsrecht het bestaan van een geheimhoudingsplicht, maar anderzijds is het niet zo dat een geheimhoudingsplicht een verschoningsrecht impliceert. Dat blijkt, volgens Doorenbos, al uit het feit dat aan accountants en fiscalisten geen zelfstandig verschoningsrecht toekomt, terwijl wel onmiskenbaar sprake is van een vertrouwelijke beroepsuitoefening en zij ook wel degelijk gebonden zijn aan een professionele geheimhoudingsplicht(38).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aefa75d642608faebd119d99e83cd49ee5026650d5b89a5c997eae4e2438ab12. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aefa75d642608faebd119d99e83cd49ee5026650d5b89a5c997eae4e2438ab12, en de alinea staat in dat document op bytes 38370 tot 39381.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aefa75d642608faebd119d99e83cd49ee5026650d5b89a5c997eae4e2438ab12 | shasum -a 256