Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 april 2012

Alinea 128 Parket bij de Hoge Raad 27 april 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV3426.

"A-G Machielse werpt de vraag op of de personalia van de patiënt wel onder het verschoningsrecht van de arts vallen. Om geheimen die zonder vrees voor openbaarmaking aan een arts moeten kunnen worden toevertrouwd, lijkt het hier immers niet te gaan. Volgens Machielse strekt het verschoningsrecht zich dan ook alleen in uitzonderlijke gevallen tot de personalia uit. Daarvan was hier niet gebleken. De Hoge Raad houdt zich op de vlakte. Hij overweegt dat het oordeel van de rechtbank op dit punt in cassatie niet is bestreden (r.ov. 5.4). Helemaal nietszeggend lijkt mij deze overweging intussen niet te zijn. De Hoge Raad verwijst naar de regel dat het in eerste instantie de verschoningsgerechtigde zelf is die moet beoordelen of de gevraagde gegevens onder het verschoningsrecht vallen. Kennelijk is dat ten aanzien van de personalia van de patiënt niet steeds, per definitie, het geval. Aan de andere kant lijkt het standpunt van de Hoge Raad ook niet te zijn dat de personalia nooit object van het verschoningsrecht kunnen zijn. Anders immers zou de doorbreking van dat recht die in deze beschikking met een beroep op de aard van de gegevens wordt aanvaard, niet meer dan een staaltje luchtfietserij zijn. Daartoe laat de Hoge Raad zich niet snel verleiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aefa75d642608faebd119d99e83cd49ee5026650d5b89a5c997eae4e2438ab12. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aefa75d642608faebd119d99e83cd49ee5026650d5b89a5c997eae4e2438ab12, en de alinea staat in dat document op bytes 49745 tot 51022.