Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2012

Alinea 169 Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV3680.

Ook voor deze stelling kan ik geen bruikbare steun zien. Die stelling wordt in deze zaak gepresenteerd met betrekking tot een passage in een octrooi die, zoals het hof die heeft gelezen, niet rechtsreeks betrokken was op de door het octrooi beschermde materie (maar betrekking had op een inrichting die uit de oorspronkelijke octrooiaanvrage was verwijderd). Het zou vergaand ongerijmd zijn wanneer de octrooihouder zulke tekst wél ter verdediging van de door hem gewenste uitleg van het octrooi zou mogen aanvoeren (zoals AGA in ruime mate heeft gedaan), maar aan haar wederpartij zou mogen tegenwerpen dat die geen beroep op de onduidelijkheid van de desbetreffende tekst mag doen, dan bij wege van vordering tot nietigverklaring van het octrooi. Dat dringt zich in extra sterke mate op als het gaat om een tekstgedeelte uit het octrooi dat niet rechtstreeks op de door het octrooi beschermde materie ziet, zodat moeilijk valt in te zien hoe nietigverklaring daarvan aan de orde zou kunnen komen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d013ba2ce555ff5721c34794dcd3bbe5ae4be3402125d20135c2002bde73e811. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d013ba2ce555ff5721c34794dcd3bbe5ae4be3402125d20135c2002bde73e811, en de alinea staat in dat document op bytes 73928 tot 74940.