Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2012

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV4021.

2.6 Er bestaat intussen een goede reden om aan te nemen dat ook de rechthebbende/ debiteur zelf als medeappellant dient op te treden. Uit de schuldsaneringsregeling vloeien nl. diverse verplichtingen voort, die door de rechthebbende/debiteur nagekomen moeten worden en niet de onder bewind gestelde goederen als zodanig raken. Te denken valt aan de plicht om inlichtingen aan de WSNP-bewindvoerder te verschaffen, te solliciteren, inkomsten uit arbeid te verwerven, verworven inkomsten en goederen af te dragen, geen bovenmatige schulden te maken e.d. Vanwege de aan het beschermingsbewind eigen zijnde beperkingen komt, met uitzondering eventueel van de afdrachtverplichting, aan de bewindvoerder met betrekking tot de genoemde verplichtingen rechtens geen zeggenschap toe. Rechtens is het aan de rechthebbende/debiteur om de verplichtingen te blijven aanvaarden en aan hen uitvoering te blijven geven. Dit alles levert, naar het voorkomt, een voldoende grond op om hem mede als appellant te laten optreden bij een hoger beroep tegen een beëindigingsvonnis in een poging de voortzetting van de schuldsaneringsregeling te bewerkstelligen.((9))((10))((11))

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/866e7c25ed3643e0e1e26de38e9189595f05c64f6d83b78b83477a563daab1b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 866e7c25ed3643e0e1e26de38e9189595f05c64f6d83b78b83477a563daab1b8, en de alinea staat in dat document op bytes 17602 tot 18772.