Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012
Alinea 102 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV5172.
Ten slotte kan een feitelijk oordeel niet in stand blijven indien dat oordeel in strijd is met de feiten en omstandigheden die in de procedure naar voren zijn gebracht. Het oordeel is dan 'onbegrijpelijk' in het licht van de stukken van het geding. Omdat het niet mogelijk is in cassatie nieuwe feiten of bewijzen aan te voeren, vindt de beoordeling van de (on)begrijpelijkheid van het feitelijke oordeel plaats in het licht van de stukken die bij de feitenrechter zijn ingediend of door de feitenrechter zijn geproduceerd. Een hofoordeel is slechts onbegrijpelijk in de hierbedoelde zin als het hof op basis van de stukken van het geding onmogelijk tot die beslissing had kunnen komen. Dat de feiten en omstandigheden ruimte laten voor een ander oordeel dan het door het hof gegeven oordeel maakt dat oordeel, aldus HR 12 oktober 1988, nr. 25.120, BNB 1988/344, nog niet onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8aedbb28221d13a38583976f6fb06123fd7cea6c5b710880b5c9fbeee556fea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8aedbb28221d13a38583976f6fb06123fd7cea6c5b710880b5c9fbeee556fea, en de alinea staat in dat document op bytes 32705 tot 33605.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b8aedbb28221d13a38583976f6fb06123fd7cea6c5b710880b5c9fbeee556fea | shasum -a 256