Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012
Alinea 139 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV5172.
Het cassatieberoep betrof uitsluitend de hoogte van de proceskostenveroordeling. Op het eerste oog schijnt hier niet zoveel mis te kunnen gaan, gelet op het strakke draaiboek dat het Besluit proceskosten bestuursrecht (het besluit) hier geeft. Het besluit begint met het geven van punten voor de verschillende proceshandelingen. Door zijn strakke omschrijving kunnen hier niet veel misverstanden rijzen. Ook de waarde per punt is een vast bedrag, waarover moeilijk gediscussieerd kan worden. Het echte discutabele element steekt dan vervolgens in de wegingsfactor voor het gewicht van de zaak. Het is hier, waar het hof los uit de pols het procesdossier op de hand moet wegen. De bijlage bij het besluit geeft hier een glijdende schaal van zeer licht (0,25) tot zeer zwaar (2). Het is hier, waar meer discussie mogelijk is dan met het criterium zoals dat gold voor de tot 1 september 1999 bij de hoven ingestelde beroepszaken, waar nog van toepassing was het Besluit proceskosten fiscale procedures. Het gewicht van de zaak was aldaar vormgegeven door uit te gaan - ook daarin een glijdende schaal - van het financiële belang van de zaak. Het was dan ook waarschijnlijk de associatie aan dit oude besluit, dat belanghebbende tot de procedure bracht, aangezien hij met zijn belang, zoals dat blijkt uit zijn cassatieberoepschrift, van f 3225 ( € 1465) recht zou hebben op een wegingsfactor van 1. Ook naar huidig recht kon hij zich eventueel tekortgedaan voelen, indien hij gelezen had in mr. J.W. Savelberg, "Het Fiscale Procesrecht volgens Awb", Fed-Deventer, 1999 (blz. 177), waar hij vermeldt, dat de gerechtshoven als regel de factor 1 hanteren voor enkelvoudige zaken en voor meervoudige zaken de factor 1,5, danwel bij zeer zware zaken voor de meervoudige kamer van factor 2. Hoewel we van de meer inzichtelijke cijfermatige criteria van het oude besluit zijn overgegaan naar de wat meer vage verbale aanduidingen, is een tweetal arresten, gewezen onder het oude regime, waarschijnlijk nog steeds relevant voor de huidige toetsing. In het arrest 1 november 1995, nr. 30 256, BNB 1997/73, V-N 1995, blz. 3979, besliste de Hoge Raad, dat voor de wegingsfactor niet gekeken moest worden naar het bedrag, waarvoor belanghebbende uiteindelijk gelijk kreeg, maar voor het bedrag van de belasting dat door de belastingplichtige betwist werd. Ook kan nog van betekenis geacht worden HR 22 januari 1997, nr. 31 134, BNB 1997/100, V-N 1997, blz. 644, waar mede van belang werd geacht de omstandigheid, dat de procedure rechtstreeks van betekenis was voor de in het voorafgaande jaar en in volgende jaren te heffen belasting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8aedbb28221d13a38583976f6fb06123fd7cea6c5b710880b5c9fbeee556fea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8aedbb28221d13a38583976f6fb06123fd7cea6c5b710880b5c9fbeee556fea, en de alinea staat in dat document op bytes 42796 tot 45432.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b8aedbb28221d13a38583976f6fb06123fd7cea6c5b710880b5c9fbeee556fea | shasum -a 256