Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012
Alinea 173 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV5172.
Op het eerste gezicht delen niet alle rechtbanken en gerechtshoven de lijn van Rb. 's-Gravenhage. Er zijn immers ook uitspraken waar wel het maximumtarief wordt toegepast. Bij nadere bestudering van die uitspraken blijkt dat vooral de stellingname van partijen een rol speelt. Zolang de heffingsambtenaar geen lager uurtarief bepleit, gaat de rechter uit van het maximumtarief. Ook het uurtarief is dus onderworpen aan de vrijebewijsleer. Dat brengt met zich dat partijen eerst moeten stellen, en na betwisting door de wederpartij, hun stelling met bewijs aannemelijk moeten maken. Dat zullen nog boeiende discussies worden. Want hoe maak je een tegemoetkoming aannemelijk? Is dat de prijs die de goedkoopste partij in de markt vraagt? Of is dat een percentage van de gemiddelde prijs? Of wordt het een vorm van goede justitie omdat de rechter een uurtarief niet onredelijk voorkomt?
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8aedbb28221d13a38583976f6fb06123fd7cea6c5b710880b5c9fbeee556fea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8aedbb28221d13a38583976f6fb06123fd7cea6c5b710880b5c9fbeee556fea, en de alinea staat in dat document op bytes 60238 tot 61134.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b8aedbb28221d13a38583976f6fb06123fd7cea6c5b710880b5c9fbeee556fea | shasum -a 256