Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012

Alinea 210 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV5172.

In de nota van toelichting bij het van overeenkomstige toepassing zijnde art. 6 Besluit tarieven strafzaken 2003 staat het volgende: 'Het artikel stelt het maximum uurtarief vast voor vergoedingen voor werkzaamheden waarvoor elders in het besluit geen speciaal tarief is bepaald. De vraag of voor deze werkzaamheden het maximum uurtarief of een lager tarief geldt, is afhankelijk van de mate van wetenschappelijke of bijzondere aard van de werkzaamheden. Door een maximumtarief op te nemen is er ruimte voor marktwerking; om deze reden is eveneens afgezien van het opnemen van een minimumtarief.' (NvT, Stb. 2003, 330, p. 11). Het hof leidt uit deze toelichting en art. 8:75 Awb af dat voor de te vergoeden tarieven (binnen het gegeven maximum) aansluiting moet worden gezocht bij de in de markt tot stand gekomen tarieven en dat voor het te vergoeden uurtarief niet alleen wordt gekeken naar wetenschappelijke of bijzondere aard van de werkzaamheden van de taxateur. Het hof kiest dus voor een reële benadering binnen het sterk forfaitair bepaalde regime van proceskostenvergoedingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8aedbb28221d13a38583976f6fb06123fd7cea6c5b710880b5c9fbeee556fea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8aedbb28221d13a38583976f6fb06123fd7cea6c5b710880b5c9fbeee556fea, en de alinea staat in dat document op bytes 80988 tot 82087.