Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012
Alinea 99 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV5172.
Niet elke schending van de motiveringsplicht levert een substantieel vormverzuim op dat tot cassatie leidt. Volgens de Hoge Raad moet een partij, die stelt de dupe te zijn van een dergelijke schending, daarvoor tenminste "in enig in rechte te respecteren belang" zijn geschaad (HR 27 januari 1999, nr. 34 114, BNB 1999/96). Dit betekent dat de rechter niet op elke stelling van partijen hoeft in te gaan, mits hij maar wel de stelling(en) bespreekt die bij gegrondbevinding tot een andere beslissing kan (kunnen) leiden dan die waartoe de rechter komt. In bovenstaande zaak acht de Hoge Raad de door belanghebbende ingebrachte stelling over de feitelijke status van zijn onroerende zaak dermate essentieel, dat het hof hier in zijn uitspraak niet aan voorbij had mogen gaan. Zie voor een vergelijkbare benadering HR 20 september 2000, nr. 34 371, BNB 2000/382, V-N 2000/51.26, waarin de Hoge Raad in een OZB-zaak eveneens de uitspraak van het hof casseert omdat het hof daarin ten onrechte aan een essentiële stelling van een der partijen voorbij gaat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8aedbb28221d13a38583976f6fb06123fd7cea6c5b710880b5c9fbeee556fea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8aedbb28221d13a38583976f6fb06123fd7cea6c5b710880b5c9fbeee556fea, en de alinea staat in dat document op bytes 31438 tot 32505.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b8aedbb28221d13a38583976f6fb06123fd7cea6c5b710880b5c9fbeee556fea | shasum -a 256