Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012
Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV5548.
3.6 Deze motiveringsklacht faalt. Het hof heeft bij zijn beslissing afgewogen welke hoofdverblijfplaats in het belang van [de zoon] het meest wenselijk is (rov. 4.10, voorlaatste volzin; zie ook rov. 4.3). Daartoe heeft het hof in rov. 4.9 en 4.10 een aantal feiten en omstandigheden in ogenschouw genomen. Zo het al niet gaat om een overweging ten overvloede ("bovendien"), kon het hof daarbij mede gewicht hechten aan de omstandigheid dat [de zoon] inmiddels sedert medio 2010 bij de vader verbleef en een verhuizing naar de moeder de hechting bij de vader zou verstoren. Voor zover de klachten berusten op de gedachtegang dat de enkele omstandigheid dat [de zoon] zijn hoofdverblijfplaats niet bij de moeder heeft, met zich brengt dat de hechting bij de moeder wordt verstoord, kan nog worden gewezen op 's hofs - in cassatie niet bestreden - oordeel dat [de zoon] van de vader de ruimte krijgt om een band met de moeder op te bouwen (rov. 4.9, 3e volzin).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d0984aa0c63803bed893b6abec40c0867f6d6a9f79e976078721a5355c04f22. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d0984aa0c63803bed893b6abec40c0867f6d6a9f79e976078721a5355c04f22, en de alinea staat in dat document op bytes 17454 tot 18427.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8d0984aa0c63803bed893b6abec40c0867f6d6a9f79e976078721a5355c04f22 | shasum -a 256