Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012

Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV5548.

3.8 De klacht geeft niet aan tegen welke overweging(en) zij is gericht en voldoet in zoverre niet aan de aan een cassatieklacht te stellen eisen. Mede gelet op de gelijkluidende klacht in middel I (naar aanleiding van rov. 3 van de beschikking van de rechtbank(13)) begrijp ik de klacht aldus dat zij zich keert tegen de overwegingen van het hof dat de moeder rechterlijke beslissingen naast zich heeft neergelegd, haar medewerking aan een beschermingsonderzoek heeft geweigerd, niet bereid is geweest met de gezinsvoogd samen te werken (rov. 4.6) en zich nog altijd tegen de ondertoezichtstelling verzet (rov. 4.9, 6e volzin). Daarbij strekt zij kennelijk - in het verlengde van de eveneens tegen rov. 3 van de rechtbank gerichte grief 1(14) - tot betoog dat het hof ten onrechte niet heeft beslist in het belang van [de zoon], maar een sanctie heeft willen treffen jegens de moeder.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d0984aa0c63803bed893b6abec40c0867f6d6a9f79e976078721a5355c04f22. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d0984aa0c63803bed893b6abec40c0867f6d6a9f79e976078721a5355c04f22, en de alinea staat in dat document op bytes 18867 tot 19765.