Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012

Alinea 67 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV5548.

3.18 Er wordt ten eerste geklaagd dat deze overweging onbegrijpelijk is, nu de vrouw in haar beroepschrift (p. 3, onder 8) heeft gesteld dat zij inmiddels inziet dat haar houding niet juist is geweest en dat zij, onbedoeld, [de zoon] op die wijze zijn vader heeft ontzegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d0984aa0c63803bed893b6abec40c0867f6d6a9f79e976078721a5355c04f22. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d0984aa0c63803bed893b6abec40c0867f6d6a9f79e976078721a5355c04f22, en de alinea staat in dat document op bytes 25285 tot 25571.