Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2012

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV5571.

4.8. Niettemin meen ik dat in de onderhavige zaak kan worden afgezien van cassatie. De verklaring van [medeverdachte] vervult in de door het gerechtshof opgetuigde bewijsconstructie evident geen rol van enige betekenis. Zij is weliswaar consistent met de bewezenverklaring en kan in zoverre daaraan bijdragen, maar zij is naar mijn inzicht overbodig. Dat de medeverdachte ([medeverdachte]) de verdachte heeft gezien bij de drukkerij aan het Zuidplein te Rotterdam, heeft de verdachte immers zelf al verklaard (bewijsmiddel 3). Dat de medeverdachte vaak aan de roulettetafel van het Holland Casino Rotterdam speelde, alwaar de verdachte dienst deed als croupier, heeft de verdachte onomwonden erkend. Verdachtes bekennende verklaring wordt meer dan voldoende ondersteund door de camerabeelden die het gerechtshof blijkens bewijsmiddel 6 ter terechtzitting in hoger beroep zelf heeft waargenomen. Daarop figureert [medeverdachte] (kennelijk abusievelijk aangeduid als "verdachte") diverse malen als speler aan de roulettetafel van de verdachte, en dat is precies hetgeen het hof in bewijsmiddel 5 als zijn verklaring heeft vermeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e27b0f3df93ca90570fddcc78200c06d9a7a252339b9c8faf4c09b1548da3a79. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e27b0f3df93ca90570fddcc78200c06d9a7a252339b9c8faf4c09b1548da3a79, en de alinea staat in dat document op bytes 15636 tot 16778.