Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2012

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV5571.

4.11. Naar mijn inzicht heeft het hof met deze (enigszins ongelukkige) bewoordingen tot uitdrukking willen brengen dat het de feiten en omstandigheden in de strafzaak van de verdachte op gelijke wijze heeft gewogen als in de strafzaak van de medeverdachte [medeverdachte], zulks naar gelang de betekenis die aan deze omstandigheden in de verschillende zaken moet worden toegekend. Dat lijkt mij een vanzelfsprekendheid. De uitspraken van één strafkamer in twee verschillende strafzaken, die samenhangen en gelijktijdig zijn behandeld, worden uiteraard geharmoniseerd. Daartoe dwingt het gelijkheidsbeginsel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e27b0f3df93ca90570fddcc78200c06d9a7a252339b9c8faf4c09b1548da3a79. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e27b0f3df93ca90570fddcc78200c06d9a7a252339b9c8faf4c09b1548da3a79, en de alinea staat in dat document op bytes 17384 tot 18007.