Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2012

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 20 april 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV6484.

6. Terwijl het in de zojuist aangehaalde zaak ging om een vrijheidsbenemende maatregel, en dus o.a. art. 5 EVRM in het geding was, heeft de Hoge Raad in zijn beschikking van 14 oktober 2011, NJ 2011, 596 m.nt. Wortmann, rov. 4, aangegeven dat ook wanneer een ouder opkomt tegen uithuisplaatsing van een minderjarig kind (ook zonder dat sprake is van vrijheidsbeneming die in het bereik van art. 5 EVRM valt), deze ouder, gelet op het door art. 8 EVRM gewaarborgde recht op eerbiediging van het gezinsleven, een rechtens relevant belang erbij heeft om de rechtmatigheid van de uithuisplaatsing te laten toetsen. Dit belang mag de betrokkene niet worden ontzegd op de enkele grond dat de periode waarvoor de maatregel gold, inmiddels is verstreken(6).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be8ac98fae19233a37010a2fe86245a6ae23948a90a92e44140e0fd6f96d15fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be8ac98fae19233a37010a2fe86245a6ae23948a90a92e44140e0fd6f96d15fa, en de alinea staat in dat document op bytes 7867 tot 8629.