Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 april 2012
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 6 april 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV6727.
4.3.2 Deze grief slaagt. Het hof merkt op dat ten tijde van de onderhavige afspraken nog het oude (voor 1992 geldende) burgerlijk recht van toepassing was. Zowel voor het oude als voor het huidige recht gold/geldt dat uit een overeenkomst in beginsel alleen rechten en verplichtingen voortvloeien voor de partijen bij die overeenkomst. Op dat uitgangspunt zijn uitzonderingen mogelijk, zoals onder meer in het thans geldende recht in art. 6:251 BW (kwalitatieve rechten) en art. 6:252 BW (kwalitatieve verplichtingen) voorzien. Deze bepalingen ontbraken echter in het vóór 1992 geldende BW, zij het dat art. 1354 (oud) BW - "Men wordt verondersteld bedongen te hebben voor zich zelven, en voor zijne erfgenamen en rechtverkrijgenden, ten ware het tegendeel uitdrukkelijk bepaald zij, of uit de aard der overeenkomst mogt voortvloeien." - werd uitgelegd in de zin dat deze bepaling wel de mogelijkheid van bedongen kwalitatieve rechten toeliet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1469cd8777d6e98ebbdb73788216ffe52809022261a42d9dd44932ac32fbee73. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1469cd8777d6e98ebbdb73788216ffe52809022261a42d9dd44932ac32fbee73, en de alinea staat in dat document op bytes 15433 tot 16391.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1469cd8777d6e98ebbdb73788216ffe52809022261a42d9dd44932ac32fbee73 | shasum -a 256