Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 april 2012

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 6 april 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV6727.

4.6.2 Naar het voorlopige oordeel van het hof slagen deze grieven. De Tennisvereniging wijst er terecht op dat het hier gaat om afspraken van bijna 30 jaar geleden. Bij die afspraken zijn de partijen uitgegaan van de toen geldende omstandigheden. Er waren nog geen all weather banen en de behoefte aan de mogelijkheid om in de avonduren te tennissen was minder groot. Sinds 1982 hebben zich vele ontwikkelingen voorgedaan. In de overeenkomst is aan de duur van de overeenkomst geen termijn verbonden. Evenmin is voorzien in een wijze waarop de overeenkomst kan worden beëindigd. Naar het oordeel van het hof is dit een leemte in de overeenkomst die door de rechter moet worden opgevuld, aangezien iedere overeenkomst in beginsel op enig moment ten einde moet (kunnen) komen. Gezien de aard en strekking van de onderhavige overeenkomst en hetgeen de partijen over en weer redelijkerwijze op grond van die overeenkomst van elkaar mochten verwachten, acht het hof het, alle omstandigheden van het geval (waaronder de sedert het sluiten van de overeenkomst gewijzigde omstandigheden) in aanmerking genomen, redelijk om de Tennisvereniging in de in 2005 ontstane situatie (toen het aantal van vijf verlichte banen voor de Tennisvereniging niet langer voldoende was) niet langer aan de in 1982 gemaakte afspraken gebonden te achten en die afspraken als uitgewerkt te beschouwen. Dit geldt te meer nu een uitbreiding van het gebruik van de banen door de Tennisvereniging waardoor zodanige hinder wordt veroorzaakt dat deze onrechtmatig moet worden geacht naar de gewone regels van het recht niet hoeft te worden geduld en daartegen zonodig te allen tijde - ook zonder daartoe gemaakte afspraken - kan worden opgetreden. Naar hiervoor al is overwogen is door [eiser] c.s. echter onvoldoende gesteld om onrechtmatige hinder ten gevolge van de uitbreiding van het aantal lichtmasten en de ruimere speelmogelijkheden vooralsnog aannemelijk te achten. Ook ten aanzien van [eiser 3] is van dergelijke onrechtmatige hinder of dreiging daarvan vooralsnog niet gebleken."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1469cd8777d6e98ebbdb73788216ffe52809022261a42d9dd44932ac32fbee73. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1469cd8777d6e98ebbdb73788216ffe52809022261a42d9dd44932ac32fbee73, en de alinea staat in dat document op bytes 17883 tot 19952.