Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 april 2012

Alinea 60 Parket bij de Hoge Raad 6 april 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV6727.

15. Uit het voorgaande blijkt dat het voor de in deze zaak te beantwoorden vraag geen verschil maakt of aan de hand van art. 1354 BW (oud) dan wel aan de hand van art. 6:251 BW beoordeeld wordt of de aanspraak van [betrokkene 1] jegens de Tennisvereniging van rechtswege is overgegaan op [eiser 1] en [eiseres 2]. Deze beoordeling dient overigens plaats te vinden aan de hand van art. 6:251 BW nu [eiser 1] en [eiseres 2] in 2005, dat wil zeggen na de inwerkingtreding van deze bepaling, de litigieuze woning van [betrokkene 1] hebben gekocht en geleverd gekregen, zodat de rechtsgevolgen van deze overgang worden beheerst door het dan geldende recht. Zouden zij de woning vóór de inwerkingtreding hebben verkregen, dan zou art. 1354 BW (oud) van toepassing zijn gebleven omdat de overgang immers een rechtsfeit is dat zich in dat geval vóór de inwerkingtreding heeft voorgedaan en derhalve beheerst wordt door het dan geldende recht. (Zie MvT, Tweede Kamer, vergaderjaar 1984-1985, 18 998, nr. 3, p. 94, eerste alinea onder Afdeling 6.5.3. Rechtsgevolgen van overeenkomsten.)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1469cd8777d6e98ebbdb73788216ffe52809022261a42d9dd44932ac32fbee73. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1469cd8777d6e98ebbdb73788216ffe52809022261a42d9dd44932ac32fbee73, en de alinea staat in dat document op bytes 38266 tot 39360.