Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 april 2012

Alinea 75 Parket bij de Hoge Raad 6 april 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV6727.

Onder onvoorziene omstandigheden worden verstaan omstandigheden die zich na het sluiten van de overeenkomst hebben voorgedaan en die partijen niet (uitdrukkelijk of stilzwijgend) in hun overeenkomst hebben verdisconteerd. De omstandigheden moeten van dien aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten. In de parlementaire geschiedenis is in dit verband opgemerkt dat aan dit vereiste niet spoedig zal zijn voldaan, aangezien redelijkheid en billijkheid in de eerste plaats trouw aan het gegeven woord verlangen en afwijking daarvan slechts bij hoge uitzondering toelaten en dat de rechter het artikel dan ook met terughoudendheid zal moeten hanteren zoals hij dat ook zal moeten doen bij de bepalingen van art. 6:2 lid 2 en art. 6:248 lid 2 BW inzake de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid. (Zie TM en MvA II, Parl. Gesch. Boek 6, p. 969 resp. 974.)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1469cd8777d6e98ebbdb73788216ffe52809022261a42d9dd44932ac32fbee73. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1469cd8777d6e98ebbdb73788216ffe52809022261a42d9dd44932ac32fbee73, en de alinea staat in dat document op bytes 48903 tot 49885.