Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 april 2012

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 27 april 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV6939.

3.3 De vraag naar de feitelijke gang van zaken is m.i. niet zonder belang. Wanneer de stellingen van [verweerder] c.s. over de handelwijze van [eiseres] in essentie juist zouden zijn, dan zou dat matiging van de loonvordering kunnen schragen, hoewel (ook) daarop geen beroep is gedaan. 's Hofs arrest zou dan in stand kunnen blijven omdat [eiseres] belang mist bij vernietiging. Ook op dit punt heeft het Hof evenwel geen feiten uitgezocht zodat deze weg van afdoening niet open staat. Eens te minder omdat er geen concrete aanwijzingen zijn die steun bieden voor de juistheid van de belastende beweringen van [verweerder] c.s.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc0f50a69e2d894a18d965533b70069f552df95bfd50e89abc2decd64b259080. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc0f50a69e2d894a18d965533b70069f552df95bfd50e89abc2decd64b259080, en de alinea staat in dat document op bytes 11387 tot 12027.