Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 april 2012

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 27 april 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV6939.

14. Het hof is van oordeel dat de titel die aan de overeenkomst is gegeven, niet beslissend is voor de vraag naar de aard en strekking van de overeenkomst. Ook het feit dat [eiseres] per 1 januari 2008 fulltime werkzaam is geweest, dwingt niet tot de conclusie dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Het hof acht in de onderhavige zaak de tekst van de bepalingen beslissend, waarbij wordt opgemerkt dat afgezien van de titel en de zinsnede in artikel 1 waarop [eiseres] zich beroept, de beide door partijen overgelegde versies van de overeenkomst inhoudelijk gelijk zijn. Uit de tekst van de overeenkomst en met name uit artikel 6 blijkt dat er sprake is van een oproepcontract in de vorm van een voorovereenkomst waarin is geregeld onder welke voorwaarden partijen een of meer arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd aangaan. Volgens dit artikel immers zal er indien de oproepkracht gehoor geeft aan een oproep van de werkgever tussen partijen een arbeidsovereenkomst worden gesloten voor bepaalde tijd voor een op dat moment vast te stellen tijdsduur en omvang. Uit de stellingen van partijen kan echter niet de duur van de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst worden afgeleid. [...]"

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc0f50a69e2d894a18d965533b70069f552df95bfd50e89abc2decd64b259080. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc0f50a69e2d894a18d965533b70069f552df95bfd50e89abc2decd64b259080, en de alinea staat in dat document op bytes 14740 tot 15976.