Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 april 2012
Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 27 april 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV6939.
4.10.2 Men kan mij tegenwerpen dat het Hof en passant wél aandacht besteedt aan "de titel van de overeenkomst" (waarbij het Hof kennelijk doelt op de versie van [eiseres]). In de eerste volzin van rov. 14 van het tussenarrest doet het Hof deze af als "niet beslissend". Op zich is dat mogelijk niet onjuist en evenmin onbegrijpelijk. Maar ongewis blijft waarom het Hof deze titel zonder relevante betekenis acht en waarom het Hof meent dat art. 6 wél doorslaggevend is. Waarom een en ander er niet toe doet, dringt zich in casu allerminst op. Alleen in dat laatste geval had het Hof een (nadere) toelichting wellicht achterwege mogen laten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc0f50a69e2d894a18d965533b70069f552df95bfd50e89abc2decd64b259080. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc0f50a69e2d894a18d965533b70069f552df95bfd50e89abc2decd64b259080, en de alinea staat in dat document op bytes 23316 tot 23971.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cc0f50a69e2d894a18d965533b70069f552df95bfd50e89abc2decd64b259080 | shasum -a 256