Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2012
Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV7417.
Leden van de Eerste Kamer vroegen zich af wat het rechtsgevolg is als verdachte of zijn gemachtigde de oproeping, als bedoeld in artikel 385 of artikel 408a Sv, weigert in ontvangst te nemen en of het, als dat als een uitreiking in persoon geldt, niet gewenst is dat uitdrukkelijk vast te leggen. Zij vroegen zich voorts af of het ontbreken van zo'n vastlegging niet tot veel weigeringen zou leiden.(8) De Minister antwoordde dat het rechtsgevolg van de weigering van verdachte of diens gemachtigde om de oproeping in ontvangst te nemen is dat de verdachte er zich niet op kan beroepen dat de oproeping hem niet heeft bereikt. De verdachte die duidelijk maakt dat hij van de inhoud van het gerechtelijk stuk geen kennis wil nemen moet de gevolgen daarvan dragen. De Minister vervolgt:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa7306c8e5033cf6afffd7843314a7cca90e6d8ba60f9970b38135be9a327efd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa7306c8e5033cf6afffd7843314a7cca90e6d8ba60f9970b38135be9a327efd, en de alinea staat in dat document op bytes 12663 tot 13460.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fa7306c8e5033cf6afffd7843314a7cca90e6d8ba60f9970b38135be9a327efd | shasum -a 256