Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2012

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV7417.

Tijdens de mondelinge beraadslagingen in de Eerste Kamer wees de Minister nogmaals op het verschil tussen de uitreiking van de oproeping voor de zitting van de kantonrechter door de politieambtenaar en de uitreiking door de postbesteller aan het adres van de verdachte. Die laatste situatie moet wel onderscheiden worden van die waarin een schriftelijk gemachtigde ter griffie appel aantekent. Als deze dan vervolgens weigert de oproeping voor de terechtzitting in ontvangst te nemen kan daar wel een rechtsgevolg aan verbonden worden. Chicaneren mag niet lonen.(15) Op een vraag van een lid van de Eerste Kamer of de Minister zonder beperking en ongeclausuleerd van mening is dat in gevallen waarin een dagvaarding of oproeping wordt geweigerd en daarvan proces-verbaal wordt opgemaakt, er sprake is van een uitreiking in persoon, antwoordde de Minister: "Dat ben ik inderdaad van mening." (16) De Minister zegde toe dit standpunt bij de eerstvolgende wijziging te zullen expliciteren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa7306c8e5033cf6afffd7843314a7cca90e6d8ba60f9970b38135be9a327efd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa7306c8e5033cf6afffd7843314a7cca90e6d8ba60f9970b38135be9a327efd, en de alinea staat in dat document op bytes 19239 tot 20238.