Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2012

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV7417.

3.7. Men kan in aansluiting op de wetsgeschiedenis mijns inziens zeer goed verdedigen dat de weigering van de verdachte om de appeldagvaarding in ontvangst te nemen dient te worden beschouwd als een uitreiking in persoon, omdat in het andere geval het wel heel erg gemakkelijk wordt om het onherroepelijk worden van een rechterlijke uitspraak te verhinderen. Bovendien rijst in dat geval de vraag of er wel sprake is van een rechtsgeldige betekening van de appeldagvaarding. Wat voor uitreiking zou dat dan immers moeten zijn als het niet kan gelden als een uitreiking in persoon? Als men zou aannemen dat de weigering van verdachte om de appeldagvaarding in ontvangst te nemen voorkomt dat er een rechtsgeldige uitreiking geschiedt krijgt men te maken met allerlei problemen, die de wetgever nu juist zoveel mogelijk wilde voorkomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa7306c8e5033cf6afffd7843314a7cca90e6d8ba60f9970b38135be9a327efd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa7306c8e5033cf6afffd7843314a7cca90e6d8ba60f9970b38135be9a327efd, en de alinea staat in dat document op bytes 20277 tot 21124.