Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012

Alinea 155 Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV7438.

De vraag welk rechtsgevolg aan dit vormverzuim moet worden verbonden wordt beantwoord aan de hand van de drie beoordelingsfactoren ex art. 359a lid 2 Sv. De geschonden voorschriften, artt. 8 lid 6 en 3 lid 1 en 2 Wpg, dienen ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Het vormverzuim is ernstig vanwege de schending van wettelijke voorschriften en omdat uit parlementaire stukken blijkt dat ten tijde van het voorbereidend onderzoek tegen verdachte de wetgever aarzelingen had over de rechtmatigheid van dergelijk gebruik van ANPR-gegevens en de minister onvoldoende wettelijke basis aanwezig achtte voor het projectmatig bewaren van de 'no hits'. Het openbaar ministerie wordt verweten desondanks te zijn overgegaan tot gebruik van de gegevens. Het nadeel door het onrechtmatig gebruik van ANPR voor verdachte, is dat de gegevens aanleiding zijn geweest voor het inzetten van verdergaande opsporingsbevoegdheden en het gebruik van die gegevens als bewijs.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ca0fe35f5fa839a6a51576e86992651ae9329071a6cb59d286229b3a8d80d16. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ca0fe35f5fa839a6a51576e86992651ae9329071a6cb59d286229b3a8d80d16, en de alinea staat in dat document op bytes 60725 tot 61700.