Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012

Alinea 158 Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV7438.

Zoals de Hoge Raad in de onder 4.3 geciteerde vooropstelling alsook in eerdere arresten(32) heeft overwogen geldt met betrekking tot de voorwaarde voor bewijsuitsluiting als rechtsgevolg ex art. 359a Sv, dat door de onrechtmatige bewijsgaring een belangrijk (strafvorderlijk) voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden maar dat een schending van het door art. 8 EVRM beschermde recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer niet zonder meer een inbreuk oplevert op de waarborg van een eerlijk proces die is vervat in art. 6 EVRM.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ca0fe35f5fa839a6a51576e86992651ae9329071a6cb59d286229b3a8d80d16. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ca0fe35f5fa839a6a51576e86992651ae9329071a6cb59d286229b3a8d80d16, en de alinea staat in dat document op bytes 62188 tot 62761.