Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV7679.

2.3. In de Wet Bopz zijn bijzondere regels gegeven voor het horen van de patiënt. Art. 49 lid 9 Wet Bopz verklaart op de behandeling van een ontslagverzoek door de rechtbank artikel 8 van overeenkomstige toepassing. Artikel 8 lid 1 Wet Bopz bepaalt dat de rechter degene hoort ten aanzien van wie de machtiging is verzocht, tenzij de rechter vaststelt dat de betrokkene niet bereid is zich te doen horen. Hetzelfde artikellid schrijft voor dat indien de betrokkene reeds in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft, de rechter, vergezeld door de griffier, door het psychiatrisch ziekenhuis in de gelegenheid wordt gesteld hem aldaar te horen. Hieruit volgt dat de rechter in beginsel verplicht is, de patiënt over wiens ontslagverzoek een beslissing wordt verzocht persoonlijk te horen. In zoverre kan inderdaad worden gesproken van een 'aanwezigheidsrecht'.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa07c332b1881285ad4b5960ce9bf4f8d175ef0181528586c178411bdf9295e9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa07c332b1881285ad4b5960ce9bf4f8d175ef0181528586c178411bdf9295e9, en de alinea staat in dat document op bytes 10156 tot 11027.