Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012

Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV7679.

2.7. Indien de rechtbank van oordeel is geweest dat uit de omstandigheid dat betrokkene, naar behoren opgeroepen, niet ter zitting in het Paleis van Justitie is verschenen en dat haar advocaat, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, niet uiterlijk daags na de zitting aan de rechtbank heeft toegelicht in hoeverre het betrokkene onmogelijk is gemaakt ter terechtzitting te verschijnen en of deze verhindering al dan niet buiten haar eigen toedoen is geschied, geeft dat oordeel blijk van een onjuiste rechtsopvatting omtrent de eisen die art. 8 lid 1 Wet Bopz stelt. Immers, ook al zou betrokkene door eigen toedoen in een situatie zijn verzeild geraakt waarin de verpleging of iemand anders haar belette het psychiatrisch ziekenhuis te verlaten en zich naar het Paleis van Justitie te begeven, dan kan daaruit niet - althans niet zonder meer - de gevolgtrekking worden gemaakt dat betrokkene niet bereid is zich door de rechter te laten horen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa07c332b1881285ad4b5960ce9bf4f8d175ef0181528586c178411bdf9295e9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa07c332b1881285ad4b5960ce9bf4f8d175ef0181528586c178411bdf9295e9, en de alinea staat in dat document op bytes 13976 tot 14937.