Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 april 2012

Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 6 april 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV7828.

3.9 Ook dit middel kan niet tot cassatie leiden omdat het uitgaat van een onjuiste lezing van 's hofs arrest. Het hof heeft in rov. 10 - kort gezegd - geoordeeld dat het, gelet op het gemotiveerde en met bewijsstukken onderbouwde verweer van Achmea in eerste aanleg, op de weg van Duka had gelegen om ten aanzien van de daar genoemde omstandigheden een nadere verklaring te geven. Van een bewijslastomkering is geen sprake. 's Hofs oordeel houdt niet meer in dan dat het hof er vanuit is gegaan dat de bewijslast aangaande betrokkenheid van Duka bij de brandstichting bij Achmea lag, maar dat het, gezien het door Achmea gepresenteerde bewijs in eerste aanleg, voorshands aannemelijk is dat de brand door [betrokkene 2] in opdracht van [betrokkene 1] is gesticht. Het is dan ook aan Duka om aannemelijk te maken dat e.e.a. anders ligt, waar zij, naar 's hofs oordeel, onvoldoende in is geslaagd, nu zij in hoger beroep in gebreke is gebleven bepaalde zaken op te helderen. Dit oordeel is niet onjuist en, mede gezien het falen van voorgaande middelen, evenmin onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d57b2147123bd4fb6f836d59e7337436f9a6a51f6e0d1df82a6a717b9c434d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d57b2147123bd4fb6f836d59e7337436f9a6a51f6e0d1df82a6a717b9c434d6, en de alinea staat in dat document op bytes 21215 tot 22304.