Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 april 2012

Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 6 april 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV7828.

4.1 Het incidentele cassatieberoep betreft de afwijzing door het hof van de vordering tot vergoeding van de daadwerkelijk door Achmea gemaakte proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep. Die vordering, voor zover deze betreft de in eerste aanleg gemaakte proceskosten, is door de rechtbank toegewezen op de grond dat in conventie is komen vast te staan dat Duka nauw betrokken is geweest bij de brandstichting. Daarmee staat naar het oordeel van de rechtbank tevens vast dat Duka willens en wetens een onjuiste voorstelling van zaken heeft gegeven en haar vordering in conventie op feiten heeft gebaseerd waarvan zij de onjuistheid kende, zodat sprake is van misbruik van procesrecht.(11) Het hof heeft dat gedeelte van de reconventionele vordering in rov. 11 afgewezen:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d57b2147123bd4fb6f836d59e7337436f9a6a51f6e0d1df82a6a717b9c434d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d57b2147123bd4fb6f836d59e7337436f9a6a51f6e0d1df82a6a717b9c434d6, en de alinea staat in dat document op bytes 27799 tot 28585.