Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 april 2012

Alinea 75 Parket bij de Hoge Raad 6 april 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV7828.

4.6 Onderdeel 2.6, dat, zoals opgemerkt, betrekking heeft op de afwijzing van de vergoeding van de in hoger beroep gemaakte proceskosten in rov. 12, slaagt. Het in hoger beroep door Duka gevoerde verweer tegen de eisvermeerdering in reconventie is van een andere strekking dan haar verweer in eerste aanleg. Meer in het bijzonder heeft Duka zich ten aanzien van het gedeelte van de reconventionele vordering dat bij eisvermeerdering in hoger beroep is doorgevoerd zich er niet op beroepen dat [betrokkene 1] niet met Duka kan worden vereenzelvigd dan wel dat daden van [betrokkene 1] niet zonder meer aan haar kunnen worden toegerekend. Dat verweer heeft Duka enkel in eerste aanleg gevoerd tegen de reconventionele vordering voor zover deze betrekking heeft op de in eerste aanleg gemaakte proceskosten. Zonder nadere motivering, die ontbreekt, stond het het hof dan ook niet vrij om op deze grondslag de reconventionele vordering, voor zover deze betrekking had op de vordering tot betaling van de in hoger beroep gemaakte proceskosten, te verwerpen.(18) Door dit toch te doen is het hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd getreden, althans heeft het hof niet mogen beslissen zoals het heeft gedaan zonder dat partijen zich hebben kunnen uitlaten over de grondslag die het hof aan zijn oordeel ten grondslag heeft gelegd.(19) Gezien het voorgaande kan 's hofs arrest niet in stand blijven. Verwijzing zal dienen plaats te vinden, waarbij het verwijzingshof Achmea in de gelegenheid zal moeten stellen zich uit te laten over het verweer van Duka tegen de reconventionele vordering, voor zover deze betrekking heeft op de in eerste aanleg gemaakte proceskosten. Vervolgens zal het hof de reconventionele vordering tot vergoeding van de in eerste aanleg en in hoger beroep gemaakte proceskosten opnieuw moeten beoordelen, met inachtneming van dat wat Achmea daaraan ten grondslag heeft gelegd en het overwogene in alinea 4.5 en 4.6. Dit betekent dat, voor zover het verwijzingshof Duka's verweer zoals dat in eerste aanleg is gevoerd ook van belang acht voor de reconventionele vordering betreffende de in hoger beroep gemaakte proceskosten, het verwijzingshof partijen zo nodig in de gelegenheid zal moeten stellen om zich daarover uit te laten. Het voorgaande heeft tot gevolg dat voor afdoening door uw Raad op de voet van art. 420 Rv, zoals in onderdeel 3.1 wordt geopperd, geen plaats is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d57b2147123bd4fb6f836d59e7337436f9a6a51f6e0d1df82a6a717b9c434d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d57b2147123bd4fb6f836d59e7337436f9a6a51f6e0d1df82a6a717b9c434d6, en de alinea staat in dat document op bytes 35345 tot 37753.