Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2012

Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV8280.

8. Het vertrekpunt in de toelichting op het middel, namelijk dat de betekenis en de vaststelling van een bepaalde juridische term in een strafrechtelijke context anders kan luiden dan in een civielrechtelijke context is juist. Een voorbeeld daarvan is het vereiste van 'toebehoren aan een ander' in de zin van verduistering (art. 321 Sr). Het 'toebehoorderschap' kan zich namelijk vermengen met het civielrechtelijke eigenaarschap, maar zich daarvan ook onderscheiden.(3) Voor de uitleg van het strafrechtelijk begrip toebehoren is de betekenis van het civielrechtelijke eigendomsbegrip dus niet doorslaggevend.(4) Het 'toebehoren aan een ander' kan strafrechtelijk functioneel en derhalve anders worden geïnterpreteerd dan dat eigendomsbegrip. En omdat het strafrecht een (relatief) autonoom karakter heeft en een eigensoortig belang dient(5), kan het strafrechtelijke 'toebehoren' zich zelfs van het civielrechtelijke eigendomsbegrip losmaken.(6) Dat is in het bijzonder het geval wanneer het om geld gaat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/201f1fa7f24052a7759ce1badc26b1dec6debc19bfe263195e469699cc4390cb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 201f1fa7f24052a7759ce1badc26b1dec6debc19bfe263195e469699cc4390cb, en de alinea staat in dat document op bytes 10063 tot 11085.