Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2012
Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV8280.
9. Het toebehoren van geld aan een ander heeft binnen het strafrecht een andere betekenis dan het civielrechtelijke eigendomsbegrip.(7) Ook al is een geldsom in civielrechtelijke zin in eigendom overgegaan aan een ander, dit betekent niet zonder meer dat de geldsom niet meer vatbaar is voor wederrechtelijke toe-eigening in het kader van verduistering. In dit verband wijs ik op het arrest van de Hoge Raad van 6 juli 1999, LJN ZD1370, NJ 1999/740 waarin hij overweegt, ik citeer: "'s-Hofs (...) weergegeven oordeel moet aldus worden begrepen dat, nu ervan moet worden uitgegaan dat de - formeel - geldige beschikking tot teruggave van ƒ 3 826 464,84 op een ook voor de verdachte onmiskenbare vergissing berust, het bestaan van een aan de Belastingdienst toekomend recht tot terugvordering inhoudt dat dit geldbedrag in strafrechtelijke zin nog aan de Belastingdienst toebehoort. Dit oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk".(8)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/201f1fa7f24052a7759ce1badc26b1dec6debc19bfe263195e469699cc4390cb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 201f1fa7f24052a7759ce1badc26b1dec6debc19bfe263195e469699cc4390cb, en de alinea staat in dat document op bytes 11105 tot 12089.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/201f1fa7f24052a7759ce1badc26b1dec6debc19bfe263195e469699cc4390cb | shasum -a 256