Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2012

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV8280.

12. De vraag of hier sprake is van 'doelbinding' is, lijkt mij, voor de beoordeling van het middel ook niet van wezenlijk belang. Waar het hier om gaat is dat op grond van het voorgaande kan worden vastgesteld dat ook wanneer gelden in civielrechtelijke zin in eigendom aan de verkoper zijn overgegaan, in de strafrechtelijke context van 'verduistering' die gelden nog aan de koper kunnen toebehoren en dus vatbaar kunnen zijn voor wederrechtelijke toe-eigening. Gelet hierop getuigt het oordeel van het Hof - inhoudende dat (onder de door het Hof bedoelde omstandigheden) de geldbedragen immers bij de storting in eigendom zijn overgedragen aan de wederpartij -zijnde verdachte en/of zijn medeverdachte- "zodat deze gelden niet meer voor toe-eigening vatbaar waren" (cursiveringen van mij, EH) - mijns inziens van een onjuiste rechtsopvatting en is dit oordeel niet (zonder meer) begrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/201f1fa7f24052a7759ce1badc26b1dec6debc19bfe263195e469699cc4390cb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 201f1fa7f24052a7759ce1badc26b1dec6debc19bfe263195e469699cc4390cb, en de alinea staat in dat document op bytes 14122 tot 15029.